Niet kwaliteit maar kwantiteit telt in de gezondheidszorg van de toekomst.
We zijn vastgelopen in het denken en onderhandelen over normpraktijk en norminkomen. De discussie zal altijd worden beëindigd door de overheid met opmerkingen dat de modale huisarts niet meer mag verdienen dan een minister, staatssecretaris, secretaris generaal, directeur van ziekenhuis. Noem maar op. Kortom een no-win discussie. Bovendien heeft het denken in de begrippen “normpraktijk en norminkomen” een enorme fixatie op kwaliteit gegeven. Zorgverzekeraars hebben nog nooit voor kwaliteit willen betalen. Alleen als kwaliteit werd geïnterpreteerd als zuinigheid, schrielheid, schraalheid of nette armoede dan was men bereid over de brug te komen. De beroepsgroep heeft wat dat betreft de boot gemist. Het gaat allang niet meer om kwaliteit maar om kwantiteit; volume & productie dus. Bas Vos heeft het licht gezien met zijn opmerking dat er blijkbaar onbeperkt geld beschikbaar is voor wachtlijstreductie. Maar dat is slechts een symptoom. Een symptoom van de koerswijziging van kwaliteit naar volume als doelstelling in de zorg. De beroepsgroep van de huisartsen heeft dit totaal niet in de gaten. Reuze triest voor al die jonge dokters die nu worden opgeleid in een beroepsopleiding die niet is ingesteld op volume en productie.
Er zijn steeds drie opvallende punten waar het conflict in de huisartsenzorg in het denken over kwaliteit tegenover volume tot uiting kwam ( en nog steeds komt) : 1. de discussie over het inkorten van de drie jarige beroepsopleiding. 2. de discussie over het abonnement versus verrichtingentarief. 3. de discussie over ontkoppeling van ANW.
We zijn gefixeerd op de huidige manier van tariefberekening met norminkomen bij normpraktijk etc. Daar zijn we tien jaar geleden al in vast gelopen. Concentratie op inkomensverbetering via deze manier van tarief vaststelling leidt alleen maar tot machtsstrijd. De overheid heeft hier zonder twijfel de langste adem. We gaan er steeds van uit van " dat wat goed is voor de beroepsgroep is goed voor de huisarts". Hier moeten wij vanaf want er komen steeds meer groepen huisartsen die zich achtergesteld voelen. Het probleem van de grote steden is op de verkeerde manier opgelost; via een hoger abonnement en niet via een verrichtingen tarief. We moeten de huisartsen zelf in staat stellen hun positie te verbeteren. Dat kan alleen met een verrichtingen tarief of met het gemengd systeem van Tabaksblatt. De denkfout die wordt gemaakt is dat een sterke beroepsgroep leidt tot een sterke positie van de huisarts. Ik denk dat het omgekeerd is. Een sterke huisarts leidt tot een sterke positie van de beroepsgroep.
Eigenlijk gaat het om " leefbare huisartsenzorg" . Een beetje beladen term natuurlijk. Maar het is precies waarom het gaat. We hebben een fantastisch zelfbeeld. Maar dat is een verstikkende politiek-correcte consensus. De huisartsen die vinden dat ANW bij het vak hoort en hun diensten verkopen zijn net als de ouders die enthousiast voor de multi-culturele samenleving zijn maar hun kinderen naar een blanke school sturen. We blijven denken in termen van het collectief in plaats van het individu. Hiermee lopen wij ten minste tien jaar achter op de rest van de samenleving. De huisartsenzorg wordt langzamerhand een club van oudere jongeren.
Waarom zeggen ons beroepsorganisaties niet dat de traditionele ANW dienst mede kapot is gemaakt door grootschalig oneigenlijk gebruik van deze voorziening? Waarom is een eigen bijdrage of eigen risico voor ANW onbespreekbaar binnen onze beroepsgroep?
In het buitenland loopt het uitdijende gilde van vaderlandse huisartsenzorgdeskundigen nog steeds hoog op te geven van onze huisartsenzorg. Maar het draagvlak voor deze vaderlandse vorm gezondheidszorg onder de leveranciers van huisartsen, de huisdokters dus, neemt snel af. Er is hier een analogie met de multiculturele samenleving. Nog steeds lopen allerlei Nederlandse deskundigen in het buitenland te verkondigen hoe een mooi concept dit is. Maar deze denkschoonheid heeft er toe geleid dat wij alle punten slechter scoren bij de integratie van immigranten in de Nederlandse samenleving. Laten wij eens een keer kritisch naar ons zelf kijken en loop daarbij met een boogje om de beroepsborstkloppers onder de huisdokters.
De huisartsen moeten de structurele problemen in de beroepsgroep durven bespreken in hun samenhang met de onderliggende trend van volume en productie als maatgevende indicatoren in de zorg. Door steeds de verkeerde vragen te stellen wordt de discussie in de beroepsgroep doodgeslagen. Als we kwaliteit als centrale indicator blijven gebruiken voor de ontwikkeling van de huisartsenzorg zullen wij in toenemende mate worden gemarginaliseerd.